| De vossen van Vlieland
[5 maart 2011]
Op vakantie in juli 2009 kreeg ik van diverse kanten meldingen dat
er vossen op Vlieland zouden zitten. 'Onzin', dacht ik. Maar bij
terugkomst bleken de bewijzen klip en klaar: foto's en een filmpje.
Vanaf eind juni was het gaan opvallen dat er een bijzonder grote
verstoring was in de vogelbroedkolonies in de Kroon's polders en de
Meeuwenduinen, van een omvang die nog nooit eerder was waargenomen.
Uiteraard werd er niet onmiddellijk aan vossen gedacht. Maar op 8 juli
zag Carl Zuhorn, medewerker van Staatsbosbeheer, een volwassen vos
wegvluchten bij de kazerne bij de Vliehors (link). De dag daarop vond hij
ook nog sporen op het Posthuiswad (link). Hij plaatste een
fotoval, en jawel hoor, op 10 juli tegen elf uur 's avonds betrapte hij
daarmee twee spelende jonge vossen (link)
en later in de nacht nog
een keer een jonge vos (link). Het was dus nog erger
dan gedacht, er zaten behalve een volwassen vos ook nog jongen op het
eiland. In de daarop volgende nacht kwam een van de jongen nog eens vlak
voor de camera langslopen (link).
Ongeveer tegelijkertijd, op 10 juli rond zeven uur 's avonds, slaagde
Kees Mostert, een bekende bioloog, er zelfs in een vos te filmen in de
tweede Kroon's polder: een volwassen vos met een prooi in de bek (zie filmpje). Het filmpje haalde zelfs
het NOS-journaal.
Wat te doen? Nadat het nieuws in de media kwam sloeg Staatsbosbeheer
alarm en deed aangifte bij de politie. De vossen moesten immers illegaal
door mensen zijn ingevoerd, aangezien Vlieland niet lopend over het wad
bereikbaar is. Ook was de Waddenzee niet bevroren geweest in de
voorafgaande winter. Over de vossen van Vlieland werden zelfs
kamervragen gesteld, uiteraard door Marianne Thieme (link). Het sprak
min of meer vanzelf dat het vossenprobleem zo snel mogelijk moest worden
opgelost, de vossen moesten dood of weg. Vossen horen niet thuis op een
eiland dat ze niet op eigen kracht kunnen bereiken. De waddeneilanden
zijn door hun onbereikbaarheid voor landroofdieren veilige havens voor
bijvoorbeeld eidereenden en broedkolonies van meeuwen, lepelaars en
sterns. Dus werd de Vlielandse Wildbeheereenheid ingeschakeld. Die had
acht jagers als lid, maar sommige van hen waren niet erg actief meer als
zodanig. Twee anderen hadden gelukkig wat ervaring opgedaan met de
vossenjacht, in Duitsland en op de Veluwe. Onder leiding van
Staatsbosbeheer ging men aan de slag. 
Er werden door SBB hoogzitten aangeschaft en opgebouwd (zie foto), en voerplekken aangelegd, en
zo konden de jagers aan de slag in de Kroon's polders. Al snel werden
twee jonge mannetjes geschoten, op de avonden van 22 en 24 juli. Op 27
juli werd door de provincie Friesland ontheffing verleend voor het
gebruik van de lichtbak, en vanaf die tijd werd ook 's nachts geprobeerd
vossen te schieten, vanuit een rondrijdende auto. De lichtbak, een
sterke schijnwerper, dient ervoor de vos op te sporen en te kunnen
mikken met het (kogel-)geweer. Je kunt er geen vossen mee lokken. Er
waren nog sporen genoeg te vinden en er werden ook nog vossen gezien,
maar voor de loop kwamen ze niet meer. Op 12 augustus werd besloten om
extra jagers van de vaste wal te laten komen om te helpen. Sindsdien
kwam regelmatig een ploegje jagers over met de boot.
Ondanks alle inspanningen vielen de resultaten van de jagers tegen.
Er werd slechts één vos geschoten, in het midden van het eiland, en
pas op 5 oktober. Het was opnieuw een jong mannetje. Zo kon het niet
doorgaan, het jagen kostte teveel mankracht en leverde veel te weinig
op. Maar als er nog vossen over zouden zijn in de paartijd, januari, was
er een groot gevaar dat er in het voorjaar van 2010 opnieuw jongen
geboren zouden worden. Hoog tijd, of misschien al te laat, voor een
andere aanpak.
Het vreemde was dat er nog niemand van Staatsbosbeheer of de politie
van Vlieland voor advies contact met mij had opgenomen, wat toch voor de
hand zou liggen. Al op 20 juli had Alterra mijn contactgegevens
doorgegeven aan Staatsbosbeheer. Men meende blijkbaar het probleem wel
met de jagers van Vlieland en Friesland te kunnen oplossen. Uiteindelijk
meldde ik mij op 1 september maar zelf bij Staatsbosbeheer. Naar mijn
idee was het enige effectieve vangmiddel in deze situatie de inzet van
strikken. Met het geweer kun je de slimmere vossen nooit te pakken
krijgen, en in kooien met aas vang je ze niet omdat er veel te veel
gemakkelijk verkrijgbaar voedsel is op Vlieland: konijnen, meeuwen, dode
vogels langs de waterlijn, enzovoort. Met strikken vang je 'ongemerkt',
je hoeft vossen nergens mee te lokken, je zet de strikken op hun
looppaadjes in hogere vegetatie. Maar om de vossen echt uit te roeien
zou je wel met grote aantallen strikken moeten gaan werken.
Het krijgen van toestemming kostte nog wel veel tijd, maar
uiteindelijk lukte het, omdat de overheid ook wel inzag dat dit een
bijzondere situatie was. Op 13 november werd de ontheffing uiteindelijk
verleend door de Provincie Friesland. De 19de november toog ik met een
auto vol geborgde strikken (daar vang je vossen levend in, normaal
gebruik ik die strikken om vossen te vangen om ze een zender om te doen)
naar Vlieland. Op de boot en via de lokale televisie werden de eilanders
en toeristen al geïnformeerd over de vossenjacht.
 
Direct begonnen we her en der flinke aantallen strikken te zetten.
Gevangen vossen zouden door een opgetrommelde jager doodgeschoten
worden, andere dieren werden uiteraard losgelaten. De tweede avond was
het al raak en zat er een jong vrouwtje in een strik. Dat begon goed!
Zoals zo vaak echter, de eerste klap is een daalder waard maar de
volgende klappen kunnen lang op zich laten wachten. Nadat de medewerkers
van Staatsbosbeheer de fijne kneepjes van het strikken zetten onder de
knie hadden, vertrok ik weer en liet het werk aan hen over. Met veel
volharding en goed gebruik makend van het sneeuwdek, dat in
tegenstelling tot gewoonlijk nu eens overvloedig en lang (van half
december tot half januari) aanwezig was, kon men tot en met januari 2010
nog vijf vossen met de strikken vangen. In totaal waren er toen dus al
negen vossen gedood! En er werden nog steeds af en toe vossensporen
gevonden. Hoe was dat mogelijk?
Alle vossen werden bewaard voor nader onderzoek, naar leeftijd,
geslacht, voortplanting enzovoort. Ook werd DNA bewaard, in de hoop de
herkomst van de vossen te kunnen achterhalen door vergelijking met het
DNA van diverse populaties op het vasteland. De secties wezen uit dat
zeven van de negen gevangen vossen in 2009 geboren waren, en twee in
2008. Dat waren een mannetje en een vrouwtje. Bij een vossenvrouwtje kun
je altijd zien of en hoeveel jongen ze gekregen heeft in de voorafgaande
lente, omdat de embryo's een soort littekens in de baarmoeder
achterlaten.
In dit geval waren er acht jongen geboren! Dus hoogstwaarschijnlijk
waren er in het voorjaar van 2009 twee vossen naar Vlieland gebracht,
waarvan er één drachtig was van acht jongen. Wie zou dat gedaan kunnen
hebben? Het aantal mensen dat in de praktijk kan beschikken over levende
vossen is behoorlijk beperkt: vossenonderzoekers, betrokkenen bij een
dierentuin of dierenopvang, een enkeling die privé vossen in een hok
heeft, en jagers. Die laatste groep is verreweg het grootst. Jaarlijks
worden er in Nederland (en Duitsland…) duizenden vossen levend en dood
uit hun hol gehaald in januari en februari, vaak met hulp van
aardhondjes, teckels en terriërs. Niets is makkelijker dan een
paartje net gevangen vossen in een zak of een kist te stoppen en op
Vlieland los te laten. Ik ben bang dat we de herkomst van de Vlielandse
vossen in deze richting moeten zoeken.
Maar waarom deed men zoiets? Het zou een misplaatste grap kunnen
zijn: Op Terschelling werden bijvoorbeeld edelherten losgelaten, dat was
in het café bedacht. Maar het loslaten van vossen op Vlieland kan ook
een soort wraakactie zijn geweest, van jagers of vissers, gericht tegen
'de groenen'. 'Als ze ons belemmeren, dan zullen we ze een lesje leren'.
Dat gebeurt wel vaker. Er zijn ook al eerder vossen op de waddeneilanden
gezien, gelukkig steeds dood. Altijd bleken die na onderzoek van het
vasteland te komen (link).
Recent was dat nog weer het geval met een vos op Texel. Voor Vlieland
zullen we er waarschijnlijk nooit achter komen hoe het precies gebeurd
is. De betrokkenen zullen wel teveel geschrokken zijn van de ophef, en
te bang zijn voor hoge schadeclaims, om hun mond voorbij te praten.
Toen de vossen voor het eerst ontdekt werden, waren er dus maar
liefst tien vossen op het eiland. Dat betekent dat er na januari 2010
nog één vos over zou moeten zijn, tenzij er oorspronkelijk niet twee,
maar drie of meer vossen waren losgelaten. De vos die het laatste
gevangen werd was een vrouwtje, op 20 januari 2010. Zij was op dat
moment al bijna in oestrus, met andere woorden paringsbereid, en dus net
op tijd gevangen om een worp in 2010 te voorkomen. Inderdaad is het in
2010 rustig gebleven op het eiland, met maar weinig predatie in de
kolonies. Het vangen met strikken ging nog enige tijd door, maar zonder
resultaat. Begin maart werd nog eens geprobeerd om met afgerichte
hondjes een vos te vangen, ook zonder resultaat. Sindsdien wordt nog af
en toe een vos gezien of gespeurd, maar dat zal als het goed is niet
meer leiden tot een populatie en de daarbij behorende ellende voor de
broedvogelkolonies.
Een collage van krantenberichten hieronder:
naar boven




naar boven |