|









| |
Wasberen zijn niet eng of gevaarlijk!
De
recente publiciteit rond de wasbeer, aangeslingerd door de Stichting AAP,
valt niet in goede aarde bij natuurbeschermers. Vogelaars verzuchten dat er
"weer een nieuwe dader is aangewezen in de weidevogeldiscussie".
Zoogdierkenners betreuren het gebrek aan kennis bij de woordvoerders, en
vinden de demagogische toon in de berichtgeving ronduit kwalijk. En dat
terwijl de wasbeer in Europa goed onderzocht is.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Enkele links naar krantenartikelen:
www.nrc.nl
www.dag.nl
www.trouw.nl
www.ad.nl
www.rtl.nl
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
|

|
|
Afdruk van voorpoot in
de modder.
Foto Ingo Bartussek |
Maar hoe zit het nu
echt met die wasbeer in Europa en Nederland?
| De
wasbeer komt van oorsprong voor in Noord- en Midden-Amerika. In Europa werd
hij in 1934 voor het eerst uitgezet in de Duitse deelstaat Hessen, ' ter
verrijking van de fauna'. Dat gebeurde overigens door de houtvester van
Herman Goering. Het sloeg aan, en nu, zeventig jaar later, komt de wasbeer
in een groot deel van Duitsland algemeen voor. Kleinere populaties zijn te
vinden in Noordoost-Frankrijk en ten oosten van Berlijn, ontstaan uit
losgelaten mascottes van het Amerikaanse leger. De 'coon' (afkorting van
raccoon) was een geliefd dier uit het vaderland.
De wasbeer staat intussen ook aan onze grens, al gaat
het bij de meeste waarnemingen in ons land nog om losgelaten
huisdieren. Dat blijkt bijvoorbeeld uit hun gebrek aan schuwheid, en dat ze
overdag actief zijn. |

Foto Ingo
Bartussek
|
De meest kwalijke
aantijging in het nieuws was het gevaar voor kinderen, dat was nogal op het
demagogisch. Wasberen hebben vaak een spoelworm bij zich, die via hun
uitwerpselen (in zandbakken bijvoorbeeld) ook in de mens terecht kan komen, wat
in ernstige gevallen tot de dood kan leiden. Dat komt weliswaar voor, maar het
risico is uitermate gering. In de Verenigde Staten, waar wasberen in veel steden
heel gewoon zijn, waren tot 2003 minder dan 25 gevallen bekend geworden; daarvan
stierven zegge en schrijven vijf patiënten. Op een bevolking van 300 miljoen
mensen! Er zijn veel ziektes die je gemakkelijker kunt krijgen van wilde dieren
en huisdieren. En de jackpot win je tien keer zo gemakkelijk!
|

|
Intussen
zijn er in Duitsland reeds verschillende grote onderzoeksprojecten aan de
wasbeer geweest, zowel in natuurgebieden als in steden. Dat onderzoek werd
voor een groot deel gefinancierd door jagers; de resultaten komen dan ook
uit onverdachte hoek, zou je kunnen zeggen. We weten dus al heel wat van
zijn leefwijze hier in Europa en over zijn invloed in de natuur. Bijna alle
in het nieuws genoemde problemen blijken eenvoudig te weerleggen. Zo zijn
nadelige effecten op weidevogels niet te verwachten: een wasbeer wordt al
onrustig als hij vijftig meter van een boom vandaan is. Bij onraad vlucht
een wasbeer, die van nature schuw en nachtactief is, namelijk de boom in. In
goede weidevogelgebieden staan geen bomen. 'Het zijn rovers, die alles
uitroeien'. In de praktijk blijkt dat ze hun eigen niche hebben gevonden en
ook geen inheemse roofdieren of prooidieren verdringen of uitroeien. Een
belangrijk deel van hun voedsel halen ze uit het water. Wie kent niet het
karakteristieke 'handjes wassen' van de wasbeer, wat niets anders is dan
tasten naar voedsel op en in de waterbodem. Een zoogdier met zo'n
foerageermethode was er nog niet in Europa. Uiteraard eten ze ook eieren van
op de grond en in bomen broedende vogels, maar dat brengt geen achteruitgang
van vogelpopulaties met zich mee. Mochten ze hier of daar toch een gevaar
blijken te vormen voor bepaalde zeldzame broedvogels, dan is lokale
bestrijding mogelijk, zoals bij de vos gebeurt. |
|
Wasberen halen veel
voedsel
uit ondiep water.
Foto Ingo Bartussek |
Intussen zijn er in Duitsland reeds verschillende grote onderzoeksprojecten aan
de wasbeer geweest, zowel in natuurgebieden als in steden. Dat onderzoek werd
voor een groot deel gefinancierd door jagers; de resultaten komen dan ook uit
onverdachte hoek, zou je kunnen zeggen. We weten dus al heel wat van zijn
leefwijze hier in Europa en over zijn invloed in de natuur. Bijna alle in het
nieuws genoemde problemen blijken eenvoudig te weerleggen. Zo zijn nadelige
effecten op weidevogels niet te verwachten: een wasbeer wordt al onrustig als
hij vijftig meter van een boom vandaan is. Bij onraad vlucht een wasbeer, die
van nature schuw en nachtactief is, namelijk de boom in. In goede
weidevogelgebieden staan geen bomen. 'Het zijn rovers, die alles uitroeien'. In
de praktijk blijkt dat ze hun eigen niche hebben gevonden en ook geen inheemse
roofdieren of prooidieren verdringen of uitroeien. Een belangrijk deel van hun
voedsel halen ze uit het water. Wie kent niet het karakteristieke 'handjes
wassen' van de wasbeer, wat niets anders is dan tasten naar voedsel op en in de
waterbodem. Een zoogdier met zo'n foerageermethode was er nog niet in Europa.
Uiteraard eten ze ook eieren van op de grond en in bomen broedende vogels, maar
dat brengt geen achteruitgang van vogelpopulaties met zich mee. Mochten ze hier
of daar toch een gevaar blijken te vormen voor bepaalde zeldzame broedvogels,
dan is lokale bestrijding mogelijk, zoals bij de vos gebeurt.
| 'Ze hebben
geen natuurlijke vijanden, het wordt een plaag'. Dieren als vossen, dassen,
otters en wasberen staan zelf aan de top van de voedselpiramide. Hun aantal
wordt niet door grotere roofdieren als wolf en lynx in toom gehouden, maar
door het voedselaanbod en door hun eigen gedrag: de natuurlijke vijand van
de vos is de andere vos, bij wijze van spreken. In Duitsland is de wasbeer
dan ook geen plaag geworden. In de natuur bereikt hij dichtheden van
maximaal tien dieren per 100 ha, vergelijkbaar met die van de vos. Bij
voorkeur leeft hij in loofbossen op vochtige grond, waar hij overdag meestal
hoog in een takvork of in een ingerot gat ligt te slapen. Het liefst
gebruikt hij oude eiken, waar hij vanwege de ruwe schors gemakkelijk in kan
klimmen. Beukenbossen vermijdt hij om die reden: hoewel er veel voedsel is
in de vorm van beukenootjes, zijn de bomen te glad om in te klimmen.
Daarnaast heeft hij zich in sommige steden gevestigd, waar mensen last van
ze kunnen hebben. Kassel is de meest bekende wasbeer-stad.
Net als de vos bereikt de wasbeer zijn hoogste dichtheden juist in
steden en dorpen met hun overdadig voedselaanbod: composthopen, fruitbomen
en ander door mensen al of niet expres verstrekt voer. Om de overlast te
verminderen zijn preventieve maatregelen hier op zijn plaats: maak voedsel
en verblijfplaatsen ontoegankelijk. Daarbij is wel wat inventiviteit
vereist, want wasberen zijn meesters in het inbreken en ontsnappen. |
|
|
Wasberen
slapen graag in boomholtes,
bij voorkeur in oude eikenbomen.
Foto Ingo Bartussek |
Laat het duidelijk
zijn, niemand staat te wachten op de komst van de volgende 'exoot' in de natuur,
maar we moeten wel oog hebben voor de realiteit. Daarom is het doen van
onderzoek naar mogelijke gevaren van zulke exoten beter dan het roepen dat
exoten een groot probleem vormen. De realiteit van de wasbeer is, dat zijn komst
onvermijdelijk is. In Duitsland begon de bestrijding van wasberen al in 1954,
maar dat heeft hun uitbreiding niet kunnen stopzetten.
We hoeven dus geen heil te zoeken in het geweer. We zullen gewoon aan
wasberen moeten wennen, net zoals we aan zoveel andere exoten gewend zijn
geraakt. Het beste wat we kunnen doen om nieuwe exoten te voorkomen, is het
aanpakken van de bron: vang exoten weg bij een ontsnapping, en beperk de handel
en het houden van potentieel
schadelijke exotische huisdieren. Dat had vooral de boodschap van Stichting AAP
moeten zijn.
Veel informatie (in het
duits) is te vinden op de volgende site: www.diewaschbaerenkommen.de
Gebruikte literatuur
o.a.:
Hohmann, U. & I. Bartussek,
2001. Der Waschbär. Verlag Oertel & Spörer, Reutlingen, 200 pp.
ISBN: 3 88627 301 6.
Frank-Uwe Michler, 2006. Mehr sammler als Jäger. Biologie des Waschbären.
In: 'Neubürger auf den Vormarsch', Sonderheft van Unsere Jagd, Die Pirsch en
Niedersächsischer Jäger, p. 38-49.
Frank-Uwe Michler, 2006. Gefahr für Höhlenbrüter? Waschbär: Ökologische
Auswirkungen der Besiedlung. In: 'Neubürger auf den Vormarsch', Sonderheft
van Unsere Jagd, Die Pirsch en Niedersächsischer Jäger, p. 50-53.
Gebruikte links o.a.:
Stand
van zaken in Duitsland 2002 PDF
Studierapport wasbeer in Kassel
PDF
Fact
sheet overheid VS over spoelworm PDF
Zeer recent standpunt van Duitse wasbeeronderzoekers over schade PDF
|